Zorgeloos spelen met vriendjes en vriendinnetjes, reikhalzend uitkijken naar een logeerpartijtje, niet kunnen slapen vanwege je verjaardag… Het zijn typisch van die dingen uit onze jeugd. Welke herinneringen heeft u aan uw jeugd? Welke speciale gebeurtenis uit uw jeugd was zo bijzonder dat u deze nooit meer zult vergeten? Deel het op Goedenwel en maak 10x kans op een exemplaar van de roman ‘Toen God een Konijn Was’ van auteur Sarah Winman, aangeboden door uitgeverij Orlando.
In de roman ‘Toen God een Konijn Was’ maken we kennis met de hoofdpersoon Elly. We lezen over haar jeugd waarin alles nog relatief en simpel en eenvoudig was en ze een konijn had dat God
heette, tot aan 11 september toen ze als volwassene haar broer weer terugvond. Elly neemt ons mee in haar wereld waarin ze een groep bijzondere mensen om zich heen heeft verzameld: een beste vriendin die naar friet ruikt, een lesbische tante die filmster is, een bejaarde dandy die dansend haar leven in komt, een oude joodse buurman en ga zo maar verder.
Terugkijken op jeugd
Sarah Winman, de auteur van het boek ‘Toen God een Konijn Was’, kijkt met Goedenwel op haar eigen jeugd terug. “Wat ik me met name van mijn jeugd herinner is dat ik een heel druk meisje was. Ik was altijd in de weer en sportte veel. Zo kon ik behoorlijk goed voetballen en cricket spelen - sporten die mijn broer me leerde - bokste ik en deed ik aan judo. Daarnaast maakte ik, samen met een hechte groep vrienden, regelmatig fietstochten door bossen en parken. Je kunt dus wel zeggen zeggen dat ik nooit stil zat,” vertelt Sarah.
Mooiste jeugdherinneringen
De mooiste herinneringen aan mijn jeugd waren eigenlijk de meest simpele dingen uit het leven. Zoals op achtjarige leeftijd voor het eerst naar Parijs gaan, met mijn kleine rubberboot spelen, in de golven met mijn broer en vrienden ravotten, een echte vis vangen, kerstmis vieren met de hele familie in Oxford; kortom simpele dingen, maar daarom juist zo waardevol.” Sarah vervolgt: “Van mijn pubertijd herinner ik me de skivakanties die ik samen met mijn familie en een andere familie heb gevierd. Zeven jaar lang gingen we met z’n allen skiën en dat was zo fijn dat we het er vandaag de dag nog wel over hebben.”
Levensles
“In mijn jeugd heb ik dingen geleerd die ik vandaag de dag nog steeds als heel waardevol zie. Mijn ouders leerden me bijvoorbeeld dat je je familie zelf kunt maken. Er is geen bloedband nodig om iemand als familielid te beschouwen. Mijn ouders lieten dit zien door hun beste vrienden, maar ook mensen die familieloos waren in hun familie op te nemen. En daarnaast heb ik nog iets geleerd: er is altijd een volgende dag. Het kan een dag heel erg tegenzitten, maar na een goede nachtrust kan het leven er weer heel anders uitzien.”
Maak 10x kans op een exemplaar van ‘Toen God een Konijn Was’
Wilt u ‘Toen God nog een Konijn Was’ lezen? Goedenwel mag 10 exemplaren van deze roman weggeven. U maakt kans op dit boek door onder dit artikel te beschrijven wat de mooiste of een bijzondere jeugdherinnering was. Dit kunt u doen tot uiterlijk vrijdag 14 oktober. Na die tijd worden de winnaars van de roman onder dit artikel bekendgemaakt.
Bent u nog geen lid van Goedenwel en wilt u kans maken op een exemplaar van 'Toen God een Konijn Was'? Maak dan HIER een gratis profiel aan.
Reacties
Het is de winter van `53 `54. Ik zit in de 7e klas en moet daarvoor naar de van Ostadestraat in Amsterdam. Uit de polder vandaan is het elke dag 12,5 km heen en weer terug.
Als joch van 12 jaar is 25 km een hele afstand. Het is slecht weer met een straffe zuidwesten wind en felle sneeuwbuien. Op de heenweg is dat niet zo erg, ik ga met topsnelheid voor de wind! Als de school om half vier uitgaat is het weer slechter en de wind erger. Ik besluit om niet de Stadionkade te nemen, dan heb je de zuidwester vol vanuit de kale vlakte. Via de Stadionweg fiets ik iets in de luwte van de bebouwing. Aangekomen bij het Stadionplein heb ik de wind schuin rechts tegen. Gelukkig ben ik als ik het IJsbaanpad voorbij ben en het weeshuis iets verderop zie. Daar aangekomen breekt dat de wind een beetje. Nog een klein kaal stukje en dan de bebouwing van de Amstelveenseweg. Een klap krijg ik als ik bij de Kalfjeslaan ben, weer die harde wind van rechts. Wat doe ik, de Keizer Karel weg op of de Amsterdamseweg volgen naar het Leger des Heils. Ik besluit tot het laatste, heb ik de wind tenminste niet op de vlakte aan het eind van de Keizer Karel weg en de lastige oversteek, trap op en trap af, van de Burgemeester van Son weg. Wel even pal tegen de wind naar het Leger des Heils en dat met weer zo`n felle sneeuwbui. Als ik bij het Leger naar links ga fiets ik gelukkig weer wat in de luwte. Het dorp, Amstelveen, door en dan dat lege stuk voorbij het gemeentehuis overbruggen. Wat een wind en wat is het koud op dat stuk waar de wind vanaf de Amstelveense poel komt. Een verademing is de Handweg, weer die windbreker. De Noorddammerlaan voorbij en het laatste stuk bebouwing. Het Penhuisje voorbij en worstelen naar de boerderij van Helsloot, weer een kaal stuk tot Kreun. Hoe kom ik er door. Weer een felle sneeuwbui. Op naar het café van tante Coba hoewel ik daar geen profijt van heb, staat te veel onderaan de dijk van de Bovenkerkerweg. Het gaat steeds harder sneeuwen en waaien. Ik durf en kan niet meer vooruit kijken en doe dat dan ook met heel korte intervallen, de sneeuw slaat mij dan vol in mijn ogen. Bij het huisje van de Jong kijk ik nog even op en zie bij Epskamp de bakfiets van de melkboer op de weg staan. Fiets ik te hard, ben ik het vergeten, ik weet het niet! Ik fiets vol tegen de bakfiets aan die met donderen geraas van de dijk rolt en tegen de Meidoornhaag tot stilstand komt. Ik schrik van de vallende flessen en de 2 melkbussen en maak dat ik wegkom. Honderd meter verder woont opa en heeft oom Henk een plaatwerkerij. De kromme voorvork wordt er door opa uitgehaald en door zijn zoon, oom Jaap, vakkundig gericht. Het laatste kale stuk, nog 1,5 km, naar huis kan ik mij niet meer herinneren. De schrik zit er goed in! Tot mijn opluchting heb ik er nooit iets van gehoord. Heeft opa het geregeld met de melkboer? Had hij medelijden met zijn dochter die in het “rijke bezit”is van negen kinderen?
Beste leden,
De winnaars van de roman Toen God een Konijn was zijn inmiddels bekend. De leden die de roman winnen zijn:
OmaJeanette
Elsjen2
Beamertje
Kittyvalkering
Memberlp66
Poldermeisje
Shyne
Inger
Dorothy London
PaJacq
Gefeliciteerd met jullie mooie prijs. Wij horen graag op Goedenwel hoe u de roman heeft gevonden!
Met vriendelijke groet,
de Redactie
... dat is niet zo moeilijk.
Met de strengere winters uit mijn jeugd lag er weken sneeuw op het weland achter ons huis.
Dan bouwden wij met de hele buurt echte kinderdorpen met straatnamen en huisnummers gemaakt van winterpeen. De ouderen graafden met een schop de gaten voor de gangen.
Dat was super..
Men zegt dat het niet kan, maar toch heb ik nog heel wat beelden, flarden eigenlijk, bewaard vanuit mijn vroegste jeugd, vanaf anderhalf jaar. De omstandigheden, de verhalen eromheen, heb ik later geconstrueerd, want veel benul heb je op die leeftijd natuurlijk nog niet. Meestal worden die verhalen door de omgeving, de ouders, levend gehouden, maar de beelden heb je toch zelf vastgelegd in je geheugen.
Zo staat bijvoorbeeld Sinterklaas op mijn netvlies gegrift, en daar waren pappa en mamma niet bij, die herinnering is helemaal van mezelf...
Het verhaal eromheen is als volgt:
Het was eind november 1943, ik was tweeëneenhalf jaar en lag in het ziekenhuis. Het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag. Vanaf mijn eerste jaar was ik ziekelijk, niemand snapte wat er aan de hand was. De fysieke groei liep ver achter bij de geestelijke ontwikkeling. Ik kon eerder praten en zingen dan lopen... Na anderhalf jaar sukkelen moest ik toch maar eens goed onderzocht worden in het ziekenhuis. Het bleek toen dat een van de nieren niet functioneerde en verwijderd moest worden.
Tot zover de situatie, later beschreven door mijn ouders. Nu wat ik me zelf herinner:
Vanwege de tijd van het jaar had ik aardig wat sinterklaasliedjes op mijn repertoire, maar waar de liedjes over gingen: geen flauw benul...
Ook in het ziekenhuis werden die versjes natuurlijk gezongen, en ik als tweejarige zong ze uit volle borst mee, ik kende ze allemaal, tot groot vermaak van de zusters...
Tot Sinterklaas op bezoek kwam en ineens zomaar bij mijn bed stond... Dat moment vergeet ik nooit... helemaal ontsteld was ik... wat was dàt...?? Daar had niemand me op voorbereid. Wist ik veel wat sinterklaas was...
“Zing eens een mooi liedje voor Sinterklaas, dan krijg je een cadeautje...!” zei de zuster. Maar in mijn consternatie hield ik mijn mond stijf dicht... “Toe maar, zing dan: Zie ginds komt... Toe dan!”
Maar niks hoor, ik zag alleen die enorme angstaanjagende rood-met-witte gestalte, en was helemaal verbouwereerd...
Dat cadeautje heb ik gelukkig toch gekregen, en ik kan het nog tot in details beschrijven: een tasje van rood katoen, met een koordje dichtgebonden, en een poezenkopje erop genaaid, met een belletje. Er zat wat snoepgoed in. Dat tasje heb ik jaren als een kleinood bewaard...
De herinnering die op mijn netvlies staat en die ik ook nooit meer zal en kan vergeten, is niet de fijnste herinnering uit mijn jeugd.
Ik was ongeveer vier jaar,er was een zus van vijf een broer van zes en een van zeven,wij woonden in een onbewoonbaar verklaarde woning met een gangetje een kamer met een alkoof en in het gangetje zat een vliezotrap naar een zoldertje waar wij kinderen sliepen met gordijnen tussen de bedden
Op een dag kwam onze vader ons roepen dat wij in de alkoof moesten kijken en daar lag onze moeder met een klein zusje in haar armen, hoe het was voor de andere kinderen weet ik niet maar voor mij was het een raadsel hoe dat kon, maar ik was heel blij ze zag er schattig uit en zo klein.
Twee dagen later moesten we weer alle vier komen en pa en ma huilden, ons zusje was plotseling overleden, vele jaren later begreep ik dat zij een hersenbloeding had gekregen.
Kinderen mochten in die tijd (1952 ) nog nergens bij betrokken worden, dus toen wij weer later op de zolder werden opgesloten begrepen wij er helemaal niets van, wij waren toch niet stout geweest.
En ik als jongste durfde toch het meest dus ging ik op onderzoek naar een kier in de vloer zodat we konden zien wat er onder ons toch allemaal aan de hand was.
Toen zag ik hoe ze dat kleine zusje in een kistje hadden en het dicht maakten, er was een in mijn ogen hele grote mijnheer met een hele hoge zwarte hoed die het kistje op zijn schouder zette en er zo mee door het gangetje naar buiten liep, dit heeft zoveel indruk achter gelaten dat dit als een foto op mijn netvlies staat en als vroegste jeugd herinnering zal ik dit nooit meer vergeten.
Jeanette
Mijn jeugdhrinnering is tevens mijn eerste die ik me kan herinneren!
Wij (vader, moeder en zusje) fietsen vaak naar mijn grootouders.
Terug was het al donker. Ik zat bij mijn vader achterop, armpjes om zijn middel en mijn hoofd tegen zijn rug. Mijn ogen vielen al een beetje dicht en het enige wat je toen hoorde (althans ik), was het geluid van de dynamo tegen de fietsband.
Het voelde zo veilig! Zelfs jaren later gaf en geeft dit geluid mij een fijn gevoel.
Jeugdherinneringen, het zijn er vele. Bv voor het eerst kamperen in onze achtertuin in mijn eigen tentje. Ik was 5 jaar en mocht in mijn tentje slapen met papa. Kamperen was dan ook de manier om op vakantie te gaan voor ons. ieder jaar met Pinksteren gingen wij kamperen op Rabbit Hill bij Garderen.
Het was dan de sport om te gaan zwemmen in het niet verwarmde zwembad. Maar mijn vader ging altijd en ik dus ook, hoe koud het ook was.
´s Zomers gingen we naar Aagtekerke kamperen bij Piet de boer. Mijn vader kookte altijd tijdens de vakanties. Heel vooruitstrevend begrep ik later. Hij wilde dat mijn moeder ook vakantie had.
zo is kamperen nog steeds een heerlijke manier om op vakantie te gaan en heb ik dat ook doorgegeven aan mijn kinderen.
Ik verlang er nu al weer naar om te gaan.
De Sinterklaasavonden kijk ik altijd met heel veel plezier op terug. De periode ervoor was heel spannend en mijn ouders maakten er altijd iets heel speciaals van. De cadeaus waren niet groot en deels door mijn moeder zelf gemaakt, maar wij (ik en mijn 2 zussen) vonde het prachtig. Nu probeer ik ook altijd nog om van Sinterklaasavond iets bijzonders te maken. Ik heb niet echt een makkelijke jeugd gehad maar dit staat als iets heel positiefs in mijn gedachten gegrift.
Mijn mooiste jeugdherinneringen gaan over papa en helpen in de tuin. Mijn vader had een tuinbedrijf en was daarom bijna altijd thuis. Eigenlijk ook altijd aan het werk. Als ik 's nachts uit het raam keek brandde er nog vaak licht in de kassen waar hij de bloemen aan het bossen was. Wij mochten ook vaak mee naar de veiling en mee chrysantenstekken wegbrengen door heel het land. Ik vond het heerlijk om mijn vader te helpen. Ook de gesprekken tijden het werk. Helaas werd hij dover en dover waardoor de gesprekken steeds moeizamer gingen. Dat werken in de kas mis ik nog steeds! Mijn vader ook!
Languit liggen in de rogge, omgeven door het gekrakeel van de krekels, armen en benen uitgestrekt en verscholen voor alles en iedereen, het gekriebel op mijn lichaam van de rondkruipende beestjes en kijkend naar de wolken waarin ik allerlei figuren ontdek, de stilte en de geuren die me omgeven. Ik voel me heerlijk en bovenal veilig.
Of...... Rennen, héél hard, ik weet zeker dat er niemand op de hele wereld zo hard kan rennen dan ik, en als ik mijn benen verplaats vlieg ik een stukje, dit is geweldig.
Of..... De gesprekken met mijn kaboutervriendje die in een boom woont, ik neem kruimeltjes voor hem mee en die zijn altijd weg als ik weer kom.