Met vervroegd pensioen gaan is nog altijd mogelijk. Sommige mensen kunnen nog gebruik maken van een prepensioenregeling. En het staat iedereen vrij om zelf een regeling te treffen. Maar er zitten nog wel wat haken en ogen aan het prepensioen.
Met een prepensioen is het mogelijk om voor het 65ste levensjaar te stoppen met werken. De richtleeftijd voor prepensioen ligt tussen 61 en 62 jaar, afhankelijk van uw geboortejaar. De vroegst mogelijk leeftijd om met pensioen te gaan is 55 jaar.
Minder aantrekkelijk
VUT-regelingen (Vervroegde Uittreding) en prepensioenregelingen zijn sinds 1 januari 2006 fiscaal veel minder aantrekkelijk geworden, omdat de overheid het langer doorwerken wil stimuleren. Deze regelingen konden alleen worden overeengekomen door vakbonden en werkgeversorganisaties.
Er is verschil tussen de VUT en het prepensioen. Bij de VUT-regeling betalen werknemers premie voor de uitkeringen van mensen die al in de VUT zitten. Bij een prepensioenregeling betaalt een werknemer premie om zijn eigen vervroegde pensioen mogelijk te maken. Sinds 2006 zijn de VUT-premies van werknemers niet meer aftrekbaar. Dat geldt niet voor de premies die betaald worden voor de VUT-uitkeringen van mensen die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren. Deze groep mensen kan dus nog voor het laatst gebruik maken van de VUT. Het prepensioen geldt als de opvolger van de VUT, maar ook hiervoor geldt dat de inleg voor het prepensioen sinds 2006 nog mogelijk is voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren. Hoewel mensen die jonger zijn dan 55 nog wel prepensioen kunnen opbouwen, is het fiscaal niet aantrekkelijk.
Eerder stoppen met werken
Is het nu niet meer mogelijk om eerder te stoppen met werken? Het kan nog wel, als u zelf geld spaart en een overeenkomst treft met uw werkgever over de datum waarop u wil stoppen met werken. U kunt voor dit doel natuurlijk ook beleggen of een lijfrenteverzekering afsluiten. Bij sommige pensioenfondsen is het mogelijk het ouderdomspensioen eerder te laten ingaan, waardoor de uitkeringen uiteraard lager worden. Dat tekort kan dan weer opgevuld worden met een spaarregeling. Het is soms ook mogelijk om bij te sparen in de bestaande pensioenregeling.
Levensloopregeling
Geld opzij zetten om eerder te kunnen stoppen met werken kan ook via de levensloopregeling. Elk jaar mag maximaal 12 procent van het bruto salaris in de levensloopregeling worden gestort. Dat geld is bedoeld om het ouderdomspensioen aan te vullen, eerder te stoppen met werken of om langdurig verlof op te nemen. Wie op 31 december 2009 55 jaar of ouder is en nog geen 60 is, mag jaarlijks meer dan 12 procent van het brutosalaris sparen. Het totale maximum spaarbedrag in de levensloopregeling is 210 procent van het bruto jaarsalaris. Had u al prepensioen opgebouwd, dan mag u dat pensioen per januari 2006 na toestemming van uw pensioenfonds afkopen. Het bedrag mag belastingvrij naar het gewone ouderdomspensioen worden geboekt. Het geld mag ook worden gebruikt voor de levensloopregeling, mits in dat geval de storting niet hoger is dan het maximum van 12 procent van het bruto jaarsalaris.
Aanvullende regeling
Een prepensioen lijkt aanlokkelijk, maar vormt uw enige bron van inkomsten als u niet over spaargeld beschikt of een aanvullende regeling heeft getroffen. De AOW komt immers pas tot uitkering als u 65 bent. Het berekenen van uw inkomen van uw ouderdomspensioen is al lastig, maar de berekening van het prepensioen kent zo mogelijk nog meer haken en ogen. Voorkom dat u voor verrassingen komt te staan en schakel zo mogelijk een pensioenspecialist in.
Zo kan uw pensioenfonds uitgaan van een berekening van uw prepensioen op basis van de middelloonregeling, terwijl u misschien uitging van de eindloonregeling. De eindloonregeling gaat uit van uw hoogste, laatstverdiende salaris. De middelloonregeling neemt uw gemiddelde salaris in uw werkzame leven als uitgangspunt en ligt dus lager. Verder kan het zijn dat variabel loon zoals bonussen niet meetellen voor de berekening van het pensioen. Bij sommige pensioenpolissen heeft het opnemen van een prepensioen een lager ouderdomspensioen tot gevolg. Als u al vóór de richtleeftijd van 61 of 62 jaar wil beginnen aan het prepensioen, dan heeft dat altijd een lager ouderdomspensioen tot gevolg. Gaat u juist later met prepensioen, bijvoorbeeld op uw 63ste, dan wordt de pensioenuitkering hoger.
Parttime prepensioen
Wie te weinig geld heeft om enkele jaren eerder volledig met pensioen te gaan, kan in overleg met de werkgever ook overwegen om een parttime prepensioen te regelen. Naast het gedeeltelijke prepensioen kan dan parttime gewerkt worden. Dat heeft als voordeel dat de pensioenopbouw via het salaris gedeeltelijk blijft bestaan.
Bent u in de periode dat u een prepensioen ontvangt geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt, dat wordt de WAO-uitkering in mindering gebracht op het prepensioen. Ook bij een WW-uitkering worden de inkomsten van het prepensioen afgetrokken van de uitkering.
Van onze redactie,
Jan Willem Wensink
Bent u zelf met prepensioen gegaan? Of spreekt dit idee u juist helemaal niet aan? Praat mee over dit onderwerp door uw reactie onder dit artikel te plaatsen.
Reacties
Beste Hilleke,
Inkomen uit een (vervroegd) pensioen worden gedeeltelijk afgetrokken van de ANW. Het is daarom belangrijk dit voor u zelf op een rijtje te zetten. Voor meer inhoudelijke informatie kunt u wellicht een kijkje nemen op de webste van de sociale verzekeringsbank. http://www.svb.nl/int/nl/anw/inkomsten/werkgever_zelfstandige/index.jsp
Met vriendelijke groet,
De redactie
Is het dan ook zo, dat de inkomsten uit prepensioen in mindering worden gebracht
op een ANW uitkering ? Want als dat zo is, ben ik waarschijnlijk beter af door
te werken, nu ook al partime 24 uur per week, tot ik 65 ben.
Hilleke