Deze zomer was ik met mijn dochter B in Wales. We zaten in een schattig oud huisje ergens in de middle of nowhere, omringd door schapen, koeien en jonge fazanten. B doet bijna letterlijk geen vlieg kwaad. Liever zorgt ze dat de vlieg weer buiten komt. Spinnen vangt ze ook, om weer buiten te zetten. Bang is ze nergens voor, dachten we. Wel is ze al sinds haar 10e vegetariër, want aan zielige dieren heeft ze een hekel.
Deze zomer was het ook in Wales te koud, en af en toe nat, dus op onze heuvel in ons oude huisje kon een kacheltje geen kwaad. Met z’n tweeën aten we toch in de keuken, de deur naar de eetkamer deden we dicht, dat scheelde energie. Op de tweede avond, buiten goot het van de regen, bedachten we dat een muziekje wel leuk zou zijn. Wij hadden alle cd’s vergeten, maar wie weet was hier wat. Een kast vol boeken, een kast vol dvd’s, maar geen muziek. Dan toch maar even naar de kast in de eetkamer, had ik daar geen stereo gezien?
Ik deed de deur naar de eetkamer open, en hoorde een schichtig geritsel. Ik bleef stokstijf staan. “Hoorde je dat?” “Ja! Wat was het?” “Ik weet het niet!” “Doe het licht eens aan?” Ik stak mijn arm door de kier in de deur en drukte op het lichtknopje. Er was niets te zien. Ook geen sporen op de grond, pluisjes, veertjes, viezigheid, niets.
“Misschien moet je de deur maar gauw dichtdoen.” Ik deed het licht uit en trok de deur dicht. Dan maar geen muziek. De volgende dag maakten we een tripje en kwamen aan het eind van de middag in de stralende zon thuis. Alles glinsterde nog van de regen, het was prachtig. Maar het beest in de eetkamer zat ons dwars. Was het een vogel? Een eekhoorn? Zielig? Een rat of een muis? Maar nu was het droog, dus we trokken onze kaplaarzen aan, liepen rond het huis en keken door het raam naar binnen. We zagen niks.
“Ik ga naar binnen en doe het licht aan”, stelde B voor. Ik bleef kijken. Het duurde even, want B ging op zoek naar iets dat ze op de vloer voor de deur kon houden, zodat wat-het-ook-was niet het huis in kon rennen. Eindelijk ging het licht aan. Ik tuurde, maar zag niks. B kwam weer naast me staan, tuurde, en zag ook niks.
“Zat het er nog?” vroeg ik. “Ja!” was het antwoord. “Weet je wat, jij blijft kijken, ik wapper even met de deur, want dat is iedere keer het moment dat het zich verplaatst, of wegschiet, of wat dan ook.” B bleef staan kijken en ik ging naar binnen. Echt waar, ik moest zelfs even moed verzamelen, maar toen opende ik de deur en wapperde die driftig heen en weer.
“Ik zie niks!” riep B luidkeels van buiten. Maar ik hoorde wel iets. Nogmaals wapperde ik met de deur. Wapperwapper. Ritselritsel. En in mijn ooghoek bewoog iets! Een strooien ster die aan de binnenkant van de deur hing te ritselen. We namen een biertje en hieven het glas.“Helden!” zeiden we tegen elkaar.
Reacties
Heb net de electrische vliegendebeestendoder weer gerepareerd. Elk stekend of zoemend beest krijgt enkele duizende volts tegen de poten. Ik ken geen genade. Heb meegemaakt dat zodra het lcht uit ging, er een treiter mug de aanval inzette. Licht aan en met ledzaklantaarn als zoeklicht een lumenzoektocht ingezet. Dit spel herhaalt zich een paar keer, totdat ...... EINDELIJK RUST !
Ik leefde helemaal mee, zou niet graag in jullie schoenen gestaan hebben hoor!
Wietske
Hallo Jacky,
Spannend verhaal, was dat ritselen bij ons ook maar een strooien ster, maar helaas hier is het ALTIJD een of ander beest.
Ja, dat neem je op de koop toe als je in Spanje woont.
Groetjes Irene.
Wat een opluchting zal dat geweest zijn! Leuk verhaal!
Groetjes Ieteke
Wat een schitterend verhaal! Bedankt voor de lachbui die ik er door kreeg.