Een gewone dinsdagochtend

Kwart over acht. Ik loop het flatgebouw uit en zie blij verrast dat alle plassen weg zijn. Het is droog en er schijnt een vriendelijk zonnetje aan een prachtig bewolkte lucht. Ik adem diep in. Het ruikt lekker fris, het bedompte van de afgelopen week is helemaal weg. Ik word helemaal blij. Links voor me zie ik de reiger, die gisteren nog zielig met zijn kop ingetrokken zat te schuilen onder de druipende kastanje, statig rondstappen op zoek naar een lekker hapje. Hij lijkt geïnteresseerd in de verdwaalde scholekster die druk bezig is een worm uit de grond te trekken. Ik moet op weg dus heb geen tijd om de zien of er een confrontatie tussen de twee vogels plaatsvindt.

Ik zoek een muziekje op mijn Ipod en kies voor de top100 feestnummers. En dat nog vóór negen uur 's morgens. Normaal luister ik die muziek alleen tijdens saaie klussen als strijken of afwassen zodat ik lekker mee kan zingen in m'n eentje. Ik loop naar het metrostation en krijg daar voor de deur een gratis krantje. Er staat een flinke rij mensen voor de kaartjesautomaat, maar ik kan meteen doorlopen naar de roltrap. Opeens schiet er iemand langs me heen. In een enorm tempo rent hij de trap op onderweg naar een metro die hij wil halen. Althans dat denk ik. Er is boven alleen helemaal nog geen metro. De jongen kijkt een beetje beduusd rond en gaat quasi geïnteresseerd kijken op het bord hoe laat de eerstvolgende komt. Het is op dit tijdstip best druk op het perron. Het zijn voornamelijk donker gekleurde mensen die duidelijk gewend zijn met dit vervoermiddel te reizen. Iedereen gaat volledig op in zichzelf en heeft geen oog voor zijn omgeving. Er wordt in het krantje gebladerd, in de telefoon gepraat en voor zich uit gestaard. Het lijkt ook alsof ieder zijn eigen vaste plekje op het perron heeft. Vanaf de roltrap wordt doelbewust gelopen in een zekere richting en op een zeer speciale plaats (hoe bepaald weet ik niet) gaat men staan, werpt een blik op de rails (komt er al iets aan?) en zet zichzelf in de wachthouding. Als de trein komt binnenrijden komen al die mensen in beweging en lopen vervolgens naar een door hunzelf van tevoren uitgezochte wagon om in te stappen. Iedereen heeft een vaste plaats lijkt het, de deuren sluiten en de trein vertrekt. Bij elke volgende halte lijkt het een vast ritueel. Er lopen mensen doelbewust in en uit. Alleen het publiek verandert. Naarmate we meer in de buurt van het centrum van de stad komen, verschijnen er studenten en mannen in strakke pakken met een laptop tussen de andere passagiers. Toch is bijna iedereen op zichzelf gefocust. Het lijkt alsof niemand het in de gaten heeft dat de zon eindelijk weer vrolijk schijnt.

Opeens is daar een stelletje vreemde vogels. Een jong koppeltje Italiaanse toeristen. Stadsplattegrond in de hand. Zij gaan volledig in elkaar op. Heel veel kleine kusjes. Een eindeloze tongzoen en ze blijven maar aan elkaar frutselen. Ze kunnen niet van elkaar afblijven. En opeens is iedereen in de metrowagon ook bij de les. Er wordt naar ze gekeken. Mensen kijken ook naar elkaar (met en zonder géne), er wordt gegrinnikt en de sfeer verandert in iets lente-achtigs. Twee haltes verder stapt het stelletje uit. Het scheelde weinig of ze kregen een afscheidsapplaus. Iedereen keerde weer terug naar zijn eigen ding en ik was bijna op de plaats van bestemming. De feestnummers klonken nog steeds in mijn linkeroor.

Nieuwe reactie inzenden

Login of registreer om commentaar te plaatsen

Reacties

Ja, het is een groot probleem, Mia, prachtig geschreven column overigens, zo zou ik het niet kunnen, dat langs elkaar heen leven, mede oorzaak ook van vereenzaming van velen. Als je, vooral in de grote stad, iemand vriendelijk gedag zegt, wat vroeger beleefd en gebruikelijk was, tenminste in Krimpen aan den IJssel, waar ik geboren ben, klein dorp toen, je vaak een vreemde blik kan krijgen, van: ik ken jou niet, maar waarom eigenlijk zouden we eigenlijk ons daardoor laten ontmoedigen?

Angst, angst, het is allemaal angst, zong Robert Long al, en inderdaad, dat is kwalijk, zelfs gevaarlijk, want waar je zo bang voor bent, maakt zich vaak, juist als gevolg van die angst vaak juist waar. Angst voor alles wat anders is van wat ‘men’ ‘normaal’ vindt, variatie mijnerzijds, op de spreuk van Pandora: ik ben niet normaal, u wel? Dat is pas gek!

Ha mia, nu weet denk ik  wat je bedoelt hier!Had het laatst ook toen ik in de wachtkamer zat bij de huisarts, leek wel een mortuarium zaal, iedereen inzich zelf gekeert, en een doodgraversgezicht.Nu ik kreeg het spaans benauwd, hoef echt niet heel de tijd te ..beppen, maar dit kille onpersoonlijke  gedoe, nog geen goedemorgen kan er bij  het binnen komen meer af!Wat was ik blij met een oude buurtgenoot , waar ik 20 jaar geleden naast woonde, toen hij binnenstapte, en een hele goedemorgen toeriep naar alle mensen, en blij verrast met me een gesprek begon.Ongevraagt reageerde een man erop die schijnbaar toch aan het meeluisteren was, ondanks het krantje in zijn handen...toen ik aan de beurt was om bij arts binnen te gaan, was er een leuk gesprek gaande!!Kijk dacht ik, zo kan het ook , naar de assistente lopend naderhand, zwaaide ik naar de buurtgenoot,hij riep ..tot de volgende keer, nu liefst niet daar, maar dan wel graag samen met hem,.is wel zo gezellig als je toch in de ..wacht.. zit!! 

Leuk en herkenbare columm om te lezen!!!

Zo zie je maar weer: deel iets met een ander en de hele meute raakt "opgewonden"! "Delen" (hoe (on)bewust dikwijls ook!) is moeilijker maar ook plesanter dan duf voor je uit staren en het leven maar accepteren voor wat het waard is!

Prettige herfstdag en geniet van jezelf EN je omgeving!

Warme, druilerige groet, Draak

 

Ja Mia, mensen zijn heel erg in zichzelf gekeerd, althans met vreemden. En zie, dan gebeurd er iets waarvan de vonken eraf vliegen, zoals dat verliefde stelletje wat geheel inelkaar opgaat en de wereld om hun heen vergeet. Het lijkt wel of de mensen tegenwoordig bang zijn van elkaar en niemand meer met elkaar durft te praten, althans voor een groot deel van ons. Een lieve groet, Tine Dorothy